- de Historie van Snuiftabak
- de Snuiftabak merken
- Ozona Menthol
- Ozona President Menthol
- Poschl's Menthol met Columbia oliën
- Lowen-Prise Aromatsich
- Gawith Apricot
- Hier een greep uit de originele oud Hollandse snuiftabakken,
- Latakia Ao 1860
Een exclusieve snuif gebaseerd op oud Hollands recept.
- Pepermuntsnuif
Latakia gearomatiseerd met Japanse pepermuntolie, eucalyptus en menthol.
- Oranjesnuif
Latakia met de geur van vers gepelde sinasappelen.
- A/P snuif
Latakia met de geur van dennen en sparrenbomen.
- Macuba
Pure Virginia tabak gearomatiseerd met Cognac en Rozenolie.
- Prins Regent
Gebaseerd op de Macuba maar verrijkt met Bergamotolie en een vleugje citroen.
- Pompadour
Pure Virginia tabak gearomatiseerd met kruidnagelolie, Bergamotolie en een vleugje citroen.
- Choco snuif
Pure Virginia gearomatiseerd met cacaoessence.
- Chococreme
Pure Virginia gearomatiseerd met cacao- en slagroomessence.
- Chocomint snuif
Pure Virginia gearomatiseerd met cacaoessence en pepermunt.
- Choco snuif L
Latakia Ao 1860 garomatiseerd met cacaoessence.
- Chococreme snuif L
Latakia Ao 1860 gearomatiseerd met cacao- en slagroomessence.
- Chocomint snuif L
Latakia Ao 1860 garomatiseerd met cacaoessence en pepermunt.
- Tabakvrije snuif
Historisch recept uit 1860 op een basis van melksuiker en rijstebloem met menthol.
Druk op de afbeelding voor ons assortiment snuiftabak te bekijken
Snuiftabak
Hier vindt U een stukje historie over het maken van Snuiftabak, de merken en soorten daarin.

Snuiven is een van de oudste manieren om tabak te consumeren. In ons land zou tabak omstreeks 1590 geintroduceerd zijn. In de tweede helft van de 18e eeuw bereikte de snuiftabakindustrie zijn hoogte punt. Door de opkomst van sigaar en sigaret nam het gebruik van snuiftabak daarna steeds verder af. De laatste Nederlandse snuiftabak werd in de vijftiger jaren van de vorige eeuw in de molens aan de kralingse plas gefabriceerd.
De productie van snuif geschiedde daar op twee manieren. Voor het maken van rapésnuif worden de tabaksbladeren eerst gesausd. De samenstelling van de saus verschilde per soort snuif en werd door de fabrikant geheim gehouden. Veel gebruikte ingredienten waren bijvoorbeeld keukenzout, potas, rozenwater, dropwater en jeneverbessen.
Na het sauzen worden de tabaksbladeren gestript, vervolgens afgewogen, in linnen doeken gewikkeld en omwonden met een strak aangetrokken touw. Dit proces wordt na een week of twee herhaald, daarna worden het touw en de doek verwijderd.
De karot, zoals de bundel tabaksbladeren nu genoemd wordt, wordt opnieuw opgebonden, maar nu met dun bindgaren; dat proces wordt ficelleren genoemd.
De karotten gaan vervolgens in opslag om te fermenteren, dit proces kan maanden, soms wel een jaar duren. Na het fermenteren worden de karotten fijn geraspt of gehakt. De naam rapésnuif is ontleend aan het Franse woord voor raspen. In plaats van het raspen met de hand werden de karotten vaak fijn gehakt, dat fijnhakken gebeurt in de molen.
Bij het bereiden van steelsnuif wordt vooral uitgegaan van de stelen (de middennerven van de tabaksbladeren) en ook wel van de gesausde hele bladeren, deze worden direct in de kuipen in de molen fijngehakt, vaak wordt na het fijn maken en zeven de snuiftabak nog vermengd met aroma's zoals rozenolie, lavendelolie en menthol.
De enigste nog werkende specerij molens in Nederland staan in Kralingen Rotterdam waar nog steeds op historisch en traditionele wijze volgens oud Hollands receptuur door de stichting ,,Snuif en Specerijen Companie" snuiftabak wordt gemaaakt.




